Edke / Tumpi Flow

 Surinaamse kunstschatten on tour in Suriname; dat betekent dat we veel van de kunstenaars vermeld in het boek ontmoeten. Gisteravond was het de beurt aan Tumpi Flow / Miguel Edgar Keerveld / Edke. Edke is de maker van de stropdassen vermeld op pagina 44/45 in Surinaamse kunstschatten. Deze dassen zijn een spin-off van een installatie die hij eerder maakte voor een expositie in Fort Nieuw-Amsterdam. Lees vooral de boodschap bij de stropdassen (verkrijgbaar bij ReadyTex) 

De zwarte cultuur, ooit bijna de das omgedaan door de westerse cultuur. Beide culturen nu verbonden in deze pangi das, gedragen door en in wederzijds respect. 

Meer informatie vind je in Surinaamse kunstschatten.

Advertenties

Mama Sranang (Jhunry Udenhout)

Als je, aangekomen in Suriname, de vliegtuigtrap verlaat is het altijd een warme deken die om je heen geslagen wordt. Hierna wachtte ons, nog voordat we de douane waren gepasseerd, een grote verrassing. Eenmaal het gebouw van Zanderij binnengekomen, stuitten we direct op een beeld dat we niet eerder in levende lijve hadden gezien, maar dat Bart wel eerder had geduid in een kunstschattenaflevering.

Deze kunstschattenaflevering heeft de krant echter nooit weten te halen omdat er geen goede foto van te vinden was, een foto geschikt voor publicatie. 

   

Jaap Hogendam (links) met Bart Krieger
 
Jaap Hogendam, uitgever van Parbode, was zelfs in de auto gesprongen en naar Jhunry Udenhout gereden om dan maar zelf het beeld te fotograferen. Het beeld stond echter bedekt tussen andere spullen in een opslagplaats. “Dat beeld moet naar buiten, hier heb ik geen goed licht om te fotograferen!” Maar ja, hoe verplaats je een beeld van zo’n zeshonderd kilo met twee man? Tropisch hardhout is prachtig, maar ook heel erg zwaar. De kunstschatteneditie heeft dus uiteindelijk de krant en dus ook het boek niet gehaald… 
Dat speelde allemaal in ons achterhoofd, toen we hier oog in oog stonden met Mama Sranang. Misschien tijd om het dan alsnóg met jullie te delen!

De beroving van Mama Sranang

 

De beroving van Mama Sranang, Jhunry Udenhout
  
 
Kunstwerken zijn op verschillende manieren te ‘lezen’. Met het oog, het hart en het hoofd. Het oog levert een objectieve beschrijving op, het hart een emotionele subjectieve en het hoofd kan het geheel in context plaatsen en hier betekenis aan geven. Deze maand het beeld ‘Beroving van Mama Sranang’ (2013), door Jhunry Udenhout.

Wat zien we?

Een meer dan manshoog (3 m) houten beeld bestaande uit drie figuren. Aan de basis staat een man die een vrouw op zijn schouder torst. De vrouw houdt een steen omhoog. De man heeft in zijn rechterhand een ketting waaraan een kind vastzit dat naast hem staat.

Wat voelen we?

Dit is geenszins een ‘happy family’. De gezichtsuitdrukkingen staan onder hoogspanning en de gebaren zijn dramatisch.

Wat denken we?

De titel liegt er niet om. Het gaat hier om een vrouw die wordt ontvoerd. Het gespierde lichaam van de man benadrukt hoe kansloos de vrouw bij voorbaat is. Zij is met haar volle figuur toch niet opgewassen tegen het geweld van de krachtpatser. Ze weet alleen nog net een ‘steen’ van hem weg te houden; zonder twijfel haar kostbaarste bezit.

Het beeld is zo gemaakt dat de toeschouwer er omheen kan lopen. In die zin grijpt het beeld terug op ‘De Sabijnse maagdenroof’ een marmeren beeld van de wereldberoemde Italiaanse beeldhouwer Giambologna uit 1583. Ook dit beeld datop de Piazza della Signoria in Florence staat, is een verticale beeldengroep waar het publiek omheen kan lopen en waar het thema beroving of verkrachting is.

De beroving van Mama Sranang is het mooist gezien vanaf de rug. Hier komt het vakmanschap van de kunstenaar het meest tot zijn recht en weet hij uit het bruinrood gevlamde mahoniehout – het Carrara marmer van de tropen – bijna overdreven de verschillende spiergroepen naar boven te halen, gelijk het beeld Hercules Farnese. In die zin is de beeldengroep ook op te vatten als een rugstudie, waarmee de kunstenaar, in dit geval Udenhout, pronkt met zijn kennis van de menselijke anatomie.

Betekenis?

Ook de compositie laat zich het gemakkelijkst lezen vanaf de rug. Want of het nu goud, bauxiet of vruchtbare aarde is in de uitgestrekte hand van Mama Sranang, haar uren zijn geteld. Het zal niet lang meer duren tot zij de worsteling verliest en haar schat definitief zal moeten prijsgeven. De bullebak zal symbool staan voor opportunisten en golddiggers. ‘Het geketende kind van de rekening’, ofwel de bevolking van Suriname moet de situatie met lede ogen toezien. Of gloort er toch hoop aan de horizon? Waarom werpt Mama Sranang nog een laatste blik achter zich? Heeft zij misschien oogcontact met een toekomstige held die begrijpt dat het nu tijd is voor een reddingsactie?

Toeristenkaart

Naar Suriname, dat betekent ook altijd even nagaan wat de regels zijn van dit moment wat betreft een visum.

Een toeristenkaart was de beste optie, goedkoper, geen gedoe met pasfoto’s en dergelijke. Behalve op het consulaat kun je dit ook regelen op Schiphol. Omdat ik Schiphol een fascinerende plek vind én omdat de reis ernaartoe korter is dan die naar het consulaat was de keuze snel gemaakt.

Het kostte me even moeite om de juiste balie te vinden, maar nogmaals, rondlopen op Schiphol vind ik geen straf.

Ik wist nu ongeveer waar ik moest zijn. Ik ontwaarde een balie met drie mannen, onmiskenbaar Surinaams, een houten vlaggetje op de balie, een beetje knullig. Die drie mannen zaten elkaar verhalen te vertellen, dit was de afvaardiging van het Surinaamse consulaat. Ze keken op dat er een klant aan kwam, het vliegtuig was immers al vertrokken en de meute verdwenen. Ik groette en vertelde luid en duidelijk waar ik voor kwam. Ik overhandigde mijn paspoort en die van mijn broer.

(Bordje: “met PIN betalen mogelijk.” Ook zoiets: op de website staat helder aangegeven dat alleen gepaste, contante betalingen worden geaccepteerd. Ik verifieer het: “kan ik hier pinnen?”. “Maar natuurlijk!” zegt de langste van het stel, met een zangerige stem.)

De andere man die even de door mij afgegeven paspoorten heeft bestudeerd, kijkt op, een kleine glimlach op zijn gezicht, hij is tevreden over zijn gevolgtrekking: “U bent tweeling?” Ik kijk ‘m aan, een beetje verbaasd dat deze zakelijke transactie het persoonlijke in wordt getrokken. Maar ook geamuseerd, want is dit niet al een klein stukje Suriname? Ik beantwoord zijn vraag bevestigend. De man trots, hij had gelijk, glundert een beetje. Dat we direct door zouden pakken, daar was ik niet op bedacht. Hij vervolgde: “En wie is de oudste?” “Mijn broer” vertel ik hem, om automatisch het cliché toe te voegen, maar zijn collega is me net voor: “maar u bent het eerste gemáákt”. “Ja”, stamel ik verder: “ik ben biologisch de oudste”.

“En, wie is de stóútste?” Ik zie drie mannen naar me kijken, vol verwachting, en ik dacht: ‘Ja, Suriname begint al op Schiphol’. Ik lach naar ze, zoveel geamuseerde amicaliteit, ik voel me nu al thuis.

40 jaar Surinaamse beeldende kunst: verslag

IPO_SPUI25_151119_161_IMG_8260_resize
Vlnr: Paul Faber, Tammo Schuringa, Remy Jungerman en Jelle Bouwhuis

Een zaal vol belangstellenden en een gevarieerd panel gingen met elkaar in discussie onder bezielende leiding van Jerry Straub.

Het panel bestond uit:

  • Jelle Bouwhuis – Stedelijk museum/SMBA
  • Paul Faber – tentoonstellingsmaker/publicist,
  • Remy Jungerman – beeldend kunstenaar,
  • Bart Krieger – kunstadviseur/publicist) en
  • Tammo Schuringa – Rietveld Academie.
  • Tanja Jadnanansing moest verstek laten gaan ivm voorbereidingen voor een debat in de Tweede Kamer.

1997: twintig jaar beeldende Surinaamse kunst

In 1997 was in het Stedelijk Museum Amsterdam de tentoonstelling ‘Twintig jaar beeldende kunst in Suriname’ te zien ter viering van de twintigste verjaardag van de Surinaamse onafhankelijkheid. De oorspronkelijk samenstellers Chandra Binnendijk en Paul Faber boden hiermee een uitgebreid overzicht van de Surinaamse beeldende kunst. Sindsdien hebben veel kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven zich geroerd met een veelheid aan publicaties en solo-, en groepstentoonstellingen als resultaat. Ondanks deze voorgeschiedenis is anno 2015 Surinaamse kunst relatief onbekend. Lees verder “40 jaar Surinaamse beeldende kunst: verslag”

“Art is a long-distance game”

kelly-jones
Veel instemming hier bij Surinaamse kunstschatten, bij het lezen van dit mooie artikel over kunsthistorica Kelly Jones. De Amerikaanse Kelly Jones pleit voor curatoren en kunsthistorici die zich specialiseren in Afrika en de Afrikaanse diaspora:

now, more than ever, there is a place for art historians working on African and African diaspora arts.

Want er is een duidelijke behoefte aan kunsteducatie die verder gaat dan wat er in de huidige colleges wordt onderwezen: “When I was at Amherst [haar college in US- ed] there were only two types of artists — artists were either white or they were dead. ” Duidelijker kan niet.

Lees het hele artikel (engelstalig) bij de Huffington Post.